Gebruikelijkloonregeling: geen afroommethode

Verricht u werkzaamheden voor uw eigen bv, dan moet u daarvoor een marktconform salaris ontvangen. Onlangs heeft Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan over de manier waarop u dat salaris moet vaststellen.

Er zijn twee methoden om een marktconform salaris vast te stellen. De eerste methode houdt in dat u uw salaris vergelijkt met het salaris van werknemers die ongeveer dezelfde werkzaamheden verrichten bij een werkgever. De tweede methode is bedoeld voor de situatie waarin u geen vergelijkbare werknemer kunt vinden. In dat geval kan het salaris worden berekend op de omzet van de bv minus de kosten (exclusief uw salariskosten). Als uw salaris niet meer dan 25% afwijkt van dat salaris dan is uw salaris marktconform.

In de zaak waarover de rechter uitspraak moest doen, had de inspecteur het salaris van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) vastgesteld op basis van de tweede methode. Het salaris dat de DGA was meer dan 25% lager dan het salaris dat de inspecteur had berekend. De inspecteur had daarom een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. De DGA was het daar niet mee eens. Hij was werkzaam als jurist en had zijn salaris gebaseerd op het salaris van een senior-jurist die in dienstbetrekking werkzaam was. De rechter heeft de DGA in het gelijk gesteld. Als het salaris van een vergelijkbare dienstbetrekking bekend is, dan is de tweede methode niet van toepassing.

 

Woning mag tot het ondernemingsvermogen worden gerekend

Een woning is vanuit fiscaal oogpunt naar haar aard een privévermogensbestanddeel. Als er tevens bedrijfs- of kantoorruimten in de woning aanwezig zijn en deze meer dan 10% van de totale woning omvatten, dan kwalificeert de woning als keuzevermogen.

Een keuze voor de ondernemingssfeer maakt de ondernemer door het opnemen van het betreffende pand in zijn balans en verlies- en winstrekening. Wordt de woning voor minder dan 10% zakelijk gebruikt, dan is er sprake van verplicht privévermogen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Rechtbank Gelderland mocht zich onlangs uitspreken over het al of niet aanwezig zijn van bijzondere omstandigheden.

Belanghebbende had een perceel gekocht met daarop een woonhuis en een afzonderlijke bedrijfsloods. Het object was derhalve splitsbaar. De bedrijfsloods werd volledig zakelijk gebruikt. In de woning was een kleine kantoorruimte, die minder dan 10% van de woning uitmaakte. Belanghebbende stelde dat de woning noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering omdat vanuit de woning toezicht kon worden gehouden op alle bedrijvigheid rond de loods. Tevens werd de woning gebruikt voor overleg met klanten en personeel. Daarnaast konden leveranciers nu op alle gewenste tijden goederen afleveren. De Rechtbank was van mening dat op grond van deze feiten de woning dienstbaar was aan de onderneming en derhalve tot het ondernemingsvermogen kon worden gerekend. Dat het object splitsbaar was, was voor de rechtbank niet relevant.

Onzakelijke borgstelling

Regelmatig vragen bancaire instellingen bij het verstrekken van leningen aan besloten vennootschappen zowel zekerheden van deze vennootschappen, als ook van de aandeelhouder(s).

Fiscale problemen ontstaan op het moment dat de bank de aandeelhouder aanspreekt omdat de besloten vennootschap niet (meer) voldoet aan haar rente- en aflossingsverplichting. De aandeelhouder zal dan na betaling van de schuld zijn regresvordering op de vennootschap willen afwaarderen ten laste van zijn inkomen. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld in een casus waarin de aandeelhouder zich in 2004 hoofdelijk aansprakelijk had gesteld voor een lening van € 200.000. Uiteindelijk betaalde de aandeelhouder € 160.000 tegen finale kwijting en werd dit bedrag in aftrek gebracht op het inkomen uit werk en woning.

De inspecteur stelde dat de hoofdelijke aansprakelijkheid onzakelijk was omdat: het eigen vermogen en de behaalde winsten van de vennootschap gedurende de jaren 2002-2007 veelal negatief waren, er geen borgstellingsovereenkomst was gesloten, er geen borgstellingsvergoeding was betaald en belanghebbende ook aansprakelijk was voor alle toekomstige schulden van de vennootschap. Belanghebbende verweerde zich met het aandragen van een participatiemaatschappij die verklaarde in 2004 bereid te zijn geweest om eveneens deze aansprakelijkheid te dragen tegen een vergoeding van 8,5%. Het Hof oordeelde echter dat er geen onafhankelijke derde gevonden kan worden die onder dezelfde voorwaarden bereid zou zijn geweest om zekerheid te verschaffen. Dit omdat de zekerheidsstelling ook betrekking heeft op alle toekomstige schulden van de vennootschap aan de bank en dat was net een stapje te ver voor het Hof.

Voorkom automatische verrekening toeslagen: denk aan de betalingsregeling

Regelmatig blijkt na het indienen van een aangifte inkomstenbelasting dat er teveel toeslagen zijn ontvangen, waardoor een deel van de toeslagen moet worden terugbetaald.

De terugbetalingsverplichting ontstaat op het moment dat er een herziening van de toeslagbeschikking wordt ontvangen. Standaard wordt bij deze toeslagbeschikking een betalingsregeling aangeboden, die bij toeslagen een maximale duur heeft van twee jaren. Als u gebruik wilt maken van deze betalingsregeling, dan moet u de Belastingdienst/Toeslagen hierover in kennis stellen. Vergeet u dit, dan mag de Belastingdienst/Toeslagen het door u terug te betalen bedrag automatisch verrekenen met alle van de Belastingdienst te ontvangen teruggaven.

Het maakt niet uit of dit een voorlopige teruggave ten aanzien van toeslagen is of een voorlopige teruggave inkomstenbelasting. Het kan dus voorkomen dat een terug te betalen bedrag van zorgtoeslag over 2015, wordt verrekend met de door u te ontvangen kinderopvangtoeslag over 2016. Deze automatische verrekening wordt alleen toegepast bij terug te betalen toeslagen. Heeft u een belastingschuld, dan mag deze door de Belastingdienst niet worden verrekend met ontvangen toeslagen, maar alleen met belastingteruggaven. Automatische verrekening met teruggaven vindt ook plaats als de overeengekomen terugbetalingsregeling niet wordt aangehouden. Moet u toeslagen over oude jaren terugbetalen, dan moet u dus tijdig reageren en verzoeken om een betalingsregeling, zodat u deze automatische verrekening met teruggaven kunt voorkomen.