Geen belastingrente over geld dat al bij fiscus is

In sommige gevallen bestaat recht op vermindering van betaalde belastingrente. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als belastingrente is berekend over een periode dat het geld al bij de Belastingdienst op de rekening stond.

Moet u (bij)betalen op een belastingaanslag, dan moet u mogelijk belastingrente betalen. U doet bijvoorbeeld aangifte inkomstenbelasting 2016 en moet € 1.000 bijbetalen. Als de aanslag wordt opgelegd na 30 juni 2017, bent u over dat bedrag in beginsel belastingrente verschuldigd over de periode vanaf 1 juli 2017. Zou u € 1.000 terugkrijgen, dan vergoedt de Belastingdienst echter zelden belastingrente. Hoewel de Belastingdienst de wettelijke regeling strikt volgt, blijkt uit een brief van de staatssecretaris van Financiën dat er in bijzondere gevallen misschien toch reden is om de te betalen belastingrente te verminderen.

Zo’n bijzonder geval is mogelijk aan de orde als u belastingrente moet betalen over een periode dat het geld al bij de Belastingdienst op de rekening stond. Denk weer aan het voorbeeld dat u aangifte inkomstenbelasting 2016 doet, met een terug te ontvangen bedrag van € 1.000. U ontvangt het bedrag op 1 oktober 2017 terug van de Belastingdienst, zonder vergoeding van belastingrente. Daarna realiseert u zich dat u een fout heeft gemaakt in de aangifte en toch geen recht heeft op teruggave. De Belastingdienst legt in december 2017 een navorderingsaanslag van € 1.000 op en berekent volgens de wettelijke regels een belastingrente vanaf 1 juli 2017. Die € 1.000 was echter pas op 1 oktober terugbetaald. In zo´n geval leidt een beroep op de zogenoemde hardheidsclausule mogelijk tot vermindering van de te betalen belastingrente.

Btw-correctie privégebruik auto

Op 21 april 2017 heeft de Hoge Raad in vier proefprocedures over de btw-correctie privégebruik auto over de jaren 2011 tot en met heden het volgende geoordeeld.

  1. De intrekking van de oude regeling voor de btw-correctie privégebruik auto per 1 juli 2011 betekent niet dat over het tweede halfjaar van 2011 geen btw-correctie is verschuldigd.
  2. Toegestaan is dat btw is verschuldigd over de vergoeding die de werkgever in rekening brengt aan de werknemer voor privégebruik van een auto en dat daarnaast een aftrekbeperking geldt voor de btw in verband met het privégebruik.
  3. De btw-correctie mag worden gebaseerd op de normale waarde als een lagere vergoeding in rekening wordt gebracht aan werknemers.
  4. De wetswijziging met terugwerkende kracht naar 1 juli 2011 is niet in strijd met het vertrouwens- en/of rechtszekerheidsbeginsel.
  5. Omzetbelasting over het privégebruik auto is ook verschuldigd als het privégebruik ondergeschikt is aan het zakelijk gebruik van de auto.
  6. De btw-correctie van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto is niet in strijd met EU-recht.
  7. Na vijf jaar geldt een verlaagde btw-correctie van 1,5%. Het is niet in strijd met EU-recht dat hiervoor wordt aangesloten bij de periode van gebruik bij de ondernemer in plaats van bij de leeftijd van de auto.
  8. Een btw-correctie op basis van de catalogusprijs inclusief BPM is niet in strijd met EU-recht.
  9. Dat de btw-correctie voor auto’s in eigendom verschilt van de correctie voor geleasede auto’s, is niet in strijd met EU-recht.

Uitspraken Belastingdienst?
Hof Arnhem-Leeuwarden had geoordeeld dat de btw-correctie privégebruik auto niet mag worden berekend op basis van statistische gegevens. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof dat oordeel niet voldoende onderbouwd. Hof Den Bosch zal nu opnieuw moeten oordelen over deze rechtsvraag. Daardoor zijn nog niet alle rechtsvragen beantwoord. De Belastingdienst zal daarom waarschijnlijk nog geen uitspraak doen in de vele nog lopende procedures.

Wat is een oudedagsverplichting?

In een eerder nieuwsbericht zijn de keuzes bij de afschaffing van het pensioen in eigen beheer beschreven. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om uw pensioenrechten in eigen beheer om te zetten in een oudedagsverplichting. Maar wat is een oudedagsverplichting dan?

Kenmerken van banksparen

Een oudedagsverplichting is een nieuw soort oudedagsvoorziening. De oudedagsverplichting lijkt nog het meeste op een bancaire lijfrente (een vorm van banksparen). In de opbouwfase wordt de oudedagsverplichting namelijk jaarlijks verhoogd met de bijschrijving van rente en in de uitkeringsfase wordt de oudedagsverplichting in 20 jaarlijkse termijnen uitgekeerd. Bij overlijden gaan de uitkeringen over op uw erfgenamen.

Kenmerken van pensioen

De oudedagsverplichting moet verplicht ingaan binnen twee maanden nadat u de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. In dat geval keert uw eigen bv de oudedagsverplichting aan u uit. U kunt de uitkeringen echter ook maximaal 5 jaar eerder laten ingaan. Als u de oudedagsverplichting eerder laat ingaan, wordt de uitkeringsduur van 20 jaar navenant verlengd.

Kenmerken van lijfrente
Tot de ingangsdatum kunt u de oudedagsverplichting omzetten in een lijfrente bij een professionele verzekeraar of bank. De bv zal het bedrag van de oudedagsverplichting dan moeten overmaken naar de professionele verzekeraar en die zal verder zorgen voor de uitkeringen van de lijfrentetermijnen.

Uitfasering pensioen in eigen beheer. En nu?

Op 1 april 2017 is het pensioen in eigen beheer afgeschaft. Wat moet u nu doen als u pensioen heeft opgebouwd bij uw eigen bv?

U bouwt nog pensioen op

Als u nu nog pensioen in eigen beheer opbouwt, dan moet u daar vóór 1 juli 2017 mee stoppen. Het besluit om te stoppen moet u vastleggen in notulen van de Algemene vergadering van uw bv. Ook moet u vóór 1 juli 2017 uw pensioenovereenkomst aanpassen. Regelt u dat niet op tijd, dan wordt uw gehele pensioen in één keer belast met loonbelasting én betaalt u 20% revisierente.

Pensioenopbouw al gestopt

Is de pensioenopbouw in eigen beheer al gestopt, dan hoeft u niets te doen. Ook na 1 juli 2017 kunt u uw pensioenrechten in eigen beheer laten staan. U kunt echter geen nieuwe pensioenrechten in eigen beheer meer opbouwen.

Keuzes

  1. U kunt ook gebruikmaken van het overgangsrecht. Dat overgangsrecht biedt u twee keuzes. U mag de opgebouwde pensioenrechten in één bedrag laten uitkeren door uw bv. Doet u dat in 2017, dan is 34,5% van de uitkering vrijgesteld. In 2018 is 25% vrijgesteld en in 2019 nog slechts 19,5%.
  2. U mag de opgebouwde pensioenrechten ook omzetten in een oudedagsverplichting. Een oudedagsverplichting is een alternatieve vorm van een oudedagsvoorziening. Kiest u voor een van beide opties, dan moet u uw besluit vastleggen in notulen van de Algemene vergadering van uw bv. Ook moet u een nieuwe overeenkomst opstellen met uw bv. En u moet binnen een maand een informatieformulier inleveren bij de Belastingdienst. Doet u dat niet, dan is het overgangsrecht niet van toepassing!