Waardering verhuurde woningen in box 3

Vanwege de lage rentestand hebben veel particulieren de afgelopen jaren gezocht naar beleggingen met beperkte risico’s. Velen vonden die in verhuurde woningen. De Belastingdienst heeft onlangs informatie over de fiscale spelregels beschikbaar gesteld.

Hoofdregel is dat de waarde van de woning in box 3 wordt gesteld op de door gemeente vastgestelde WOZ-waarde. Het door de belegger betaalde aankoopbedrag is dus niet relevant. Op deze hoofdregel zijn echter ook uitzonderingen. Als de woning wordt verhuurd mag soms namelijk rekening worden gehouden met de zogenaamde leegwaarderatio. Deze leegwaarderatio wordt bepaald op basis van de overeengekomen huur in verhouding tot de WOZ-waarde. Het hieruit voortvloeiende percentage bepaalt met hoeveel procent de WOZ-waarde van de gemeente mag worden verlaagd en daarmee ook de uiteindelijk te betalen belasting. Zelfs bij een forse huur (meer dan 7% van de WOZ-waarde) hoeft daarom maar 85% van de WOZ-waarde in box 3 te worden aangegeven.

Bedacht moet echter worden dat bovenstaande berekening van de waarde in box 3 alleen van toepassing is als de woning op 1 januari van het belastingjaar ook daadwerkelijk is verhuurd. Is dat niet het geval, dan moet de volledige WOZ-waarde worden aangegeven. Zorg er dus voor dat de woning altijd per deze datum verhuurd is. Ook geldt deze berekeningswijze alleen indien de huurder zogenaamde huurbescherming geniet. Voor tijdelijk verhuurde woningen (zonder huurbescherming) geldt de berekening ook niet. Naast een hoger rendement, kan het verhuren van woningen dus ook leiden tot een belastingbesparing.