Bezwaar tegen box 3 heffing?

Er lopen momenteel verschillende procedures over de vermogensrendementsheffing in box 3. Op 16 februari 2016 heeft advocaat-generaal (A-G) Niessen zijn conclusie bij één van die procedures naar de Hoge Raad gestuurd.

In de zaak ging het om een inwoner van Noorwegen die in Nederland in box 3 1,2% belasting (30% van 4% forfaitair rendement) moest betalen over de WOZ-waarde van zijn in Nederland gelegen vakantiewoning. Volgens de A-G kan de forfaitaire vermogensrendementsheffing willekeurig uitwerken en in strijd komen met het eigendomsrecht. Daarom adviseert hij de Hoge Raad om de zaak te verwijzen naar een gerechtshof. Dat hof zal dan moeten onderzoeken of in dit specifieke geval de vermogensrendementsheffing buitensporig is. Of de Hoge Raad het advies gaat volgen is nog de vraag. De Hoge Raad is daartoe niet verplicht.

Naast de voorgaande procedure loopt ook een massaalbezwaarprocedure die nu nog bij een aantal rechtbanken ligt. Daar gaat het om de vraag of de Belastingdienst wel mag uitgaan van een forfaitair rendement van 4% over spaartegoeden. Speelt dat ook bij u, dan hoeft u in principe geen bezwaar te maken tegen aanslagen inkomstenbelasting en kunt u automatisch meeliften met de procedure. Heeft u echter ook ander box 3-vermogen, zoals aandelen, of onroerend goed, dan is dat niet mogelijk en moet u individueel bezwaar maken, eventueel onder verwijzing naar de conclusie van de A-G.